Race Report: AMSTERDAM MARATHON

Waar trainen voor een marathon naast fulltime werken nog net te doen was, bleek daarover bloggen toch net even teveel gevraagd. Helaas zijn mijn updates wat betreft training achter gebleven, maar als je een beetje op de hoogte bent van het hardloopwereldje weet je dat d-day afgelopen zondag was, en dat verhaal wil ik jullie niet onthouden. Daarom vandaag: mijn race verslag van de Amsterdam marathon 2019. Spoiler alert: IK HEB HET GEHAALD!!!

Wat er vooraf ging: de zaterdag voor de grote dag bestond voornamelijk uit slapen en op de bank liggen. Ik werk in de horeca van zondag-donderdag en daar ben ik altijd behoorlijk lichamelijk uitgeput van, gelukkig had ik twee dagen om bij te komen voor ik moest presteren en daar maakte ik dan ook zeker gebruik van. Ik heb al een aantal dagen volledig vanuit het niks last van m’n knie, dus ik hou lekker m’n been hoog, smeer het in met Voltaren en pop Ibuprofen. Gezond leefstijltje, dat hardlopen. ‘s Avonds ga ik met Pien samen naar de marathon expo, halen we ons startnummer op en hebben we een mini pasta party in plaats van een avondje ADE. We eten een vijfpersoons portie pasta, een achtpersoons portie kaas en een vierpersoons portie tiramisu. Marathons lopen is fantastisch. Ik rol de metro in en daarna meteen door naar bed.

Die ochtend: ik word een uur voor m’n wekker wakker, om half 6, en heb vervolgens nog zo’n vaag uur half slaap met allemaal helemaal stressvolle dromen. Om half 7 sta ik op en gaat het bunkeren gewoon door: niet minder dan zes pannenkoeken met wat maple syrup worden weggestouwd. Ik ben een beetje misselijk van de zenuwen en vind het allemaal niet heel leuk meer. Om kwart over 8 ben ik al lang en breed voorbereid en klaar met alles als het eindelijk tijd is om van huis te gaan. LET’S GO!!!

Bij het stadion: eenmaal bij het Olympisch Stadion aangekomen kunnen Pien en ik onze stress gelukkig aan elkaar uiten en kwijt op de enorme rijen die staan voor dixi’s, tas inname en het stadion zelf. Om kwart over 9 zou het stadion officieel dichtgaan maar zijn wij en velen met ons nog lang niet binnen. Wonder boven wonder gaat het startschot als nog om half 10. De pro’s sprinten weg (of nouja, het zal geen sprint zijn, maar zo zag het er voor mij uit) en het is zó gaaf dat ik m’n eerste tranen in m’n ogen momentje die dag te pakken heb. Terwijl Pien en ik nog in de rij staan voor de dixi’s begint ons startvak al naar de start te lopen en om kwart voor 10 schuifelen we dan zelf ook over de start. Don’t Stop Me Now van Queen knalt door m’n oortjes terwijl ik met een grote lach het stadion uit ren. Nog maar 42 kilometer te gaan.

Kilometer 1: ik loop meteen aan tegen iets wat ik onderschat had: de drukte op het parcour. Omdat we nog naar de wc moesten (slechte timing) starten Pien en ik als een van de laatsten van ons vak wat betekent dat we bij de pacers voor 4:30 zitten, terwijl we eigenlijk wel iets sneller lopen dan dat. Niet alleen kost mensen inhalen veel energie, de meute staat op smalle punten letterlijk stil. Erg frustrerend maar ik probeer me niet te veel op te laten fokken, blijf lachen, zwaai naar m’n pa (die de hele stad door heeft gefietst en me niet minder dan 7 keer heeft gezien) en we draaien alweer het Vondelpark in.

Kilometer 2-10: Vondelpark, onder het Rijks door, richting station Zuid en weer terug over de Beethovenstraat. Het blijft druk, het blijft leuk. Pien irriteert zich duidelijk meer aan langzamere mensen dan ik doe en is er een soort interval marathon van aan het maken door mensen in te halen. Op het moment dat ze door de berm gaat rennen om er langs te kunnen denk ik joejoe, ga maar, ik zie je bij de finish wel weer.

Kilometer 11-14: We rennen langs Europaplein en de RAI, waar Maaike en Roos staan. Ik ben ZO blij met alle support vandaag, ten eerste omdat mensen zoeken in het publiek je minstens een kilometer afleiding geeft, en ten tweede omdat ik het telkens niet kan laten even aan te zetten en te lachen als ik ze dan ook daadwerkelijk heb gevonden.

Kilometer 14-20: We rennen langs de Amstel naar Ouderkerk, wat ik ook twee keer als training gerend heb. Ik weet waar ik aan begin en ik weet dat de afstand meevalt, maar wat ik onderschat had was hoe lang stuk niet geasfalteerd is. De kleine tegeltjes doen meteen een pijnscheut door m’n knie schieten die ik een paar kilometer later pas weer kwijt ben. Maar ik heb Kygo’s Ultra set op, mijn favoriete hardloopmuziek, en zodra we het asfalt weer opknallen kan ik weer lachen.

Kilometer 20-24: bij Ouderkerk staan m’n moeder en Jikkie (die naar ADE was geweest en maar twee uur had geslapen, ook wel een applausje waard) en dit geeft me energie voor het hele stuk terug langs de Amstel. Ik passeer het halve marathon punt, bedenk me dat ik normaal hier altijd God op m’n blote knieën dank dat ik mag stoppen, probeer daar niet te lang bij stil te staan en verbaas me over hoe leuk ik het nog steeds vind.

Kilometer 24-30: en dan, veel eerder dan gepland en gehoopt, begint de verzuring in m’n benen. In eerste instantie denk ik nog dat ik het er wel weer uit loop maar rond kilometer 26 begin ik wel te beseffen dat ik het hier mee zal moeten doen. Ik had gehoopt dat dit pas rond kilometer 30 zou komen en heb heel even een licht paniek momentje – hoe ga ik met deze benen nog 16 km doen? Maar ik haal een paar keer diep adem, zet m’n muziek nog wat harder en focus op m’n ene voet voor m’n ander zetten.

Kilometer 30-32: Bij 30 zie ik opeens twee bekende figuren in de verte en ik besef dat het Robin en Naomi zijn. Die had ik pas 10 kilometer later verwacht dus dat geeft me mega veel energie. Ze fietsen een stukje mee, ik zwaai vrolijk en lach om hun ‘het moet wel leuk blijven’ bord. Maar zodra ze uit beeld zijn vind ik het meteen niet leuk meer en wanneer ik m’n pa weer zie bij km 32 geef ik hem ook een blik van ‘ik ben er klaar mee’.

Kilometer 32-39: alles doet pijn, m’n benen zijn inmiddels mega verzuurd en ik zie al kilometers op tegen wat ik weet dat me op 37 te wachten staat: de Torontobrug, oftewel een lekker stukje stijgen. Het was niet fraai maar ook lang niet zo erg als ik dacht dat het zou zijn, en het heeft me goed bezig gehouden de afgelopen kilometers waardoor ik er opeens nog maar 5 hoef. Wait… What? M’n vader fietst een stukje mee over de Stadhouderskade, probeert een gesprek te voeren, ik ben alleen nog bezig met de ene voet voor de ander zetten.

Kilometer 39-41: de tweede keer Vondelpark lijkt toch echt minstens vijf keer langer dan de eerste keer, maar ik ben nu zo dicht bij, het is nog maximaal 20 minuten pijn lijden, I got this. Aan het eind van het park zie ik m’n moeder en Jikkie weer, ik schreeuw iets in de trant van “IK LEEF NIET MEER”, maar ik ren toch door.

Kilometer 41-42: voor m’n gevoel kruip ik de Amstelveenseweg over, alles doet pijn. Ook al ben ik zo dichtbij, ik heb als nog het idee dat ik het niet ga halen. Pas als ik het stadion zie dringt tot me door dat ik toch echt levend over de finish ga komen. Ik zie Maaike en Roos weer, knal Don’t Stop Me Now weer aan, en probeer te genieten van m’n ererondje door het stadion.

FINISH: I DID IT!!! Ook al kan ik me de hele route, de runner’s high en de pijn nog heel levendig voor de geest halen, het voelt als nog heel onrealistisch dat ik EEN MARATHON heb gerend. Als ik niet nog steeds verschrikkelijke spierpijn zou hebben, zou ik het niet geloven. Maar het is toch echt zo – I finished. 4:18:31 baby.

En nu? Naast de vraag ‘hoe was het’ krijg ik vooral ook de vraag of ik het ooit nog een keer zou doen. Nou, in de nabije toekomst even niet, daar is die trainingsperiode te tijdsintensief voor. Maar ik zal niet ontkennen dat ik al jaren droom van de marathon van New York en dat die zeker op de bucketlist staat – voor als ik wat meer geld heb.

1 Comment

  1. 23/10/2019 / 9:52 am

    aaah gefeliciteerd! Super knap. En ik hoop dat je wel weer tijd heb om te bloggen nu je niet meer traint :hearts:

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *